top of page
Zoeken

Hilde in gesprek met Jan van de Venis


Toen Hilde een ontmoeting had met Jan van de Venis, dacht ze: ja, dit is een man met idealen. Wat haar raakte was zijn passie, zijn volharding en blijmoedigheid op een onontgonnen pad.


Als ik kijk naar wat je hebt gedaan, is dat indruk- wekkend. Ik vroeg me af: hoe is dit begonnen? Was je als kind ook al zo ondernemend? Waar komt die drive vandaan?


‘Het idealisme zit al bij mijn ouders, misschien zelfs mijn voorouders. Mijn ouders zijn vanuit boeren- dorp Oldebroek, vanuit het geloof, bij het Leger des Heils kerkvoorgangers geworden. Later zijn ze met dak- en thuislozen gaan werken, terwijl ze daar geen achtergrond in hadden.

Daar heb ik me eerst een beetje tegen afgezet. Ik ging rechten studeren. Rechtvaardigheid was altijd wel een ding in ons gezin, maar ik wilde mezelf eerst bewijzen in de commerciële advocatuur. Even laten zien: dikke bonussen, goede leasebak, grote zaken die om veel geld draaiden.


Toen kwam er een duidelijk moment: mijn moeder overleed jong, ze was vijftig en ik zeven- entwintig. Ik zat een paar jaar in die commerciële advocatuur en dacht: ga ik dit tot mijn pensioen doen? Wat zijn eigenlijk mijn passies? Als ik terug- kijk op mijn leven, wat wil ik dan hebben gedaan? Ik kan hier alleen maar meer geld gaan verdienen. Inhoudelijk wordt het niet spannender en het gaat te vaak alleen maar over geld. Wat vond ik als jonge- tje mooi? Buiten zijn, hutten bouwen, bomen klim- men. Ik las boeken over tropische regenwouden en de Himalaya. Maar met mijn enorme liefde voor natuur had ik nooit iets gedaan.

Ik vroeg mezelf af: hoe kan ik het recht inzetten voor de bescherming van de aarde? Ik kwam bij Greenpeace International terecht. Hun slogan ‘Areyou ready to use your talent for the good and not just for profit?’ zette mij in beweging.


Daar viel ik in een bad waarin ik juridisch zoveel beter kon maken. Ik werkte wereldwijd aan juri- dische veiligheid, boten, vliegtuigen, cao’s, nieuwe kantoren. Super uitdagend en ik vond het geweldig.


Maar toen gebeurde er iets...?


‘Ja, ik liep ook ergens tegenaan: ik had iets met fun- damentele mensenrechten. Waarom worden die niet ingezet om de aarde te beschermen? Wij heb- ben rechten, maar gebruiken die niet voor natuur, terwijl we ook recht hebben op schone lucht.

Bij Greenpeace zeiden ze dat mensenrechten en milieu twee totaal verschillende dingen zijn. Bij Am- nesty in Londen zei ik “Klimaatverandering leidt tot rampen, dat is allemaal gelinkt aan mensenrechten. Dus we moeten de aarde beschermen vanuit mensen- rechten.” Zij zeiden toen nog: “Ja, als in Nigeria men- sen worden doodgeschoten omdat ze actievoeren tegen Shell, dan zijn dat mensenrechtenschendingen. Maar luchtvervuiling of klimaatverandering? Nee hoor.” Inmiddels is dat gelukkig anders!


In die periode kreeg ik ook bijzondere bevestigingen uit de natuur. Dat was heel bijzonder. Zo zag ik ineens onwaarschijnlijk veel buizerds vliegen. Bij de Native Americans is dit de Eagle. Toen ik de betekenis opzocht, las ik dat die staat voor het ontwikkelen van je ideeën.

Ik besloot om mijn baan op te zeggen en een eigen kantoor ‘JustLaw’ beginnen. De helft commercieel, maar alleen zaken waar ik zelf ook voor stond. De andere helft pro bono. Het was wonderlijk, want net voordat ik dat besluit nam reed ik naar mijn werk en zag ik om de zoveel meter buizerds op een paaltje zitten. En ik dacht: Dat betekent mijn idee- en in de wereld zetten. Okay, let’s go!


Ik kende gerespecteerde juristen die me steunden en inzagen dat dit een groot thema zou worden. Ik droeg bij aan VN-onderzoek en klimaatrechtsza- ken. Zo heb ik bijvoorbeeld de Groningers meege- nomen naar de VN, zonder dat daar geld voor was. Daar kwam een harde tik voor Nederland uit: ‘Dit zijn mensenrechtenschendingen. Stop met het ver- oorzaken van aardbevingen. Stop met gaswinning.’

Na een aantal overwinningen kwamen mensen naar me toe omdat ze mij als specialist zagen. Dat was voor mij de eerste keer dat ik ontdekte dat als ik mijn gut feeling volg, het goedkomt.’



En je bent inmiddels ook ombudsman voor toekomstige generaties.


Ja, in 2012 was ik vanuit kinderrechten en milieu op een VN-top in Rio en kwam ik de Hongaarse ombudsman voor toekomstige generaties tegen. Dat vond ik zo mooi. We weten dat mensen die nog gaan komen ook rechten hebben, maar we houden daar nauwelijks rekening mee. We leven eigenlijk alsof die aarde er alleen maar voor ons is.


En toen dacht ik, hoe mooi om dat in het systeem te gaan brengen en een waakhond te hebben die zich hiermee bezighoudt. Ik heb me hierbij laten inspireren door inheemse culturen. Voor hen zijn toekomstige generaties er nu al, net zoals ze verbon- den zijn met hun voorouders.

Ik ben toen ook mijn eigen familiegeschiedenis gaan uitpluizen. Daar kwam ik liefde voor natuur en buitenleven in tegen, maar ook de stormvloed van 1825 die mijn familie veel heeft gekost. Ik reali- seerde me dat dit mede verklaart waarom ik zoveel liefde én ontzag voor water heb.

Zo kwam ik ook in aanraking met de rechten van de natuur. Dat zijn nu de drie hoofdthema’s waarop ik werk: mensenrechten en milieu, toekomstige ge- neraties en rechten van de natuur.’


Het is wonderlijk. Ik had gisteren een ontmoeting met iemand die de film I am the river, the river is me heeft gemaakt. Daarin komt eigenlijk alles samen wat je zegt, en wordt het belang ervan zo zichtbaar, voelbaar en tastbaar.


‘Ja, die film ken ik. Die gaat niet eens zozeer over rechten, maar vooral over relaties, verbinding en representatie. In die film zeggen ze: “Nu wij pra- ten, praten de merel en de krekel mee.” Dat doen wij niet in onze organisaties. Daarin zit de natuur niet aan tafel.

Ik werd in 2017 voorzitter van een Nationaal Park en zag dat het systeem het super moeilijk maakt om op lange termijn te denken en natuur mee te nemen, want iedereen heeft een eigen agenda met korte ter- mijn belangen. Toen hebben we geïntroduceerd dat wij actief natuur en toekomstige generaties een stem geven. We stellen de vraag: “Als jij namens het gebied of een aantal soorten mag spreken, wat vind je dan van deze vergadering?” Dat is soms span- nend. Mensen denken misschien: Spoort die Jan wel? Maar als je het goed doet, ontstaat er juist meer energie en verbinding. En die moed wordt uitein- delijk beloond, als is het niet altijd even makkelijk.’


Wat ik zo mooi vind is je volharding. Veel idealen gaan ten onder aan de harde realiteit. Hoe ga jij om met die weerbarstigheid?


‘Dat is misschien een natuurlijke levenshouding. Als jongetje was ik al spiritueel. Ik kon makke- lijk met het niet-fysieke omgaan. Dat ben ik nooit kwijtgeraakt. Ik werk heel aards en juridisch, maar voel altijd een grotere verbondenheid. Hoe meer ik leer, hoe meer ik zie hoe alles samenhangt.

Voor mij is recht niets meer dan gestolde ethiek. Als wij vinden dat we de aarde goed moeten door- geven, moeten we dat juridisch verankeren. Ik heb ook leren verduren. Ik ben alpinist: soms moet je tien uur bikkelen om de top te halen, maar je weet dat je er komt. Zo is het in mijn werk ook. Ik ben eigenwijs en zie dat dingen tijd nodig hebben. Maar ik zie ook dat verandering mogelijk is.’


Het is mooi om te horen dat dat spirituele jongetje in jou altijd zo dichtbij is gebleven. Veel mensen raken dit vaak kwijt gedurende hun leven, maar bij jou lijkt dit niet het geval te zijn geweest.

‘Ja, die is er nog steeds. Mijn moeder schreef dat soort dingetjes op. Dan zei ik als vierjarige: “Mama, ik wou dat ik vleugels had, want dan vloog ik naar God en dan zei Hij: hallo Jan!”. Dus ik kon heel makkelijk ook met het niet-fysieke omgaan.

Maar ik heb gelukkig ook hele aardse mensen om me heen, onder wie mijn vrouw. Zij trekt me soms weer terug de klei in. Dat helpt me te beseffen dat ideeën in actie moeten komen.


Hoe meer ik lees, hoe meer ik zie hoe verbonden we zijn met natuur. Ik gebruik vaak het beeld van een boom: de wortels zijn je voorouders, jij bent de stam en de takken zijn de toekomstige generaties. Dat helpt me om me te richten op wat ons verbindt, in plaats van waarop we verschillen.’

Wat zou je willen dat je (achter)kleinkinderen la- ter over je denken? Hoe wil je herinnerd worden? ‘Dat ik met hen en deze thema’s bezig was, vaak tegen de stroom in, maar daardoor dichter bij de bron. Dat ik een van de mensen was die de moed had om dat te doen en vol te houden. Maar ook dat ik genoot van het leven. Dat ik niet alleen bezig was met grootse dingen ver weg, maar ook met balans en wederkerige relaties. En dat ik nieuwsgierig en leergierig bleef. Verwondering is voor mij heel belangrijk.’


Als mensen idealen hebben, wat is er dan nodig om die daadwerkelijk tot leven te brengen?


Inspiratie, geduld en doorzetten. Maar ook balans tussen denken, voelen en doen. Ik geloof dat je eerst denken en voelen bij elkaar moet brengen en daarna handelen. Als iets goed klinkt en goed voelt, zit je vaak dicht bij de waarheid. Maar daarna moet je ook in actie komen. Ik dacht vroeger dat de wereld vooral ver- anderde door vernieuwende denkers, maar dat is niet zo. Deze wereld vraagt om actie. Dat we ideeën om zetten naar plannen, programma’s en werkmethodes. En zo handelen voor een mooiere wereld en toekomst – voor alles wat leeft.’ •


Dit artikel stond in de Optimist Voorjaar 2026





 
 
 

Opmerkingen


bottom of page